Permanente bodembegroeiing

De eerste reden waarom bodems biologisch sterven en mineraliseren: het naakt leggen van een bodem. De grond wordt als het ware gesteriliseerd: in de zomer warmt hij op tot wel 60-70 °C en in de winter spoelt hij weg van de regen en droogt hij uit in vorstperiodes. We zorgen er daarom voor dat hij permanent bedekt is met planten, dan blijft de temperatuur onder de 27 °C en ligt er in de winter altijd een beschermend deken.

Deze begroeiing met eenjarige planten levert niet alleen bescherming, maar ook organisch materiaal en grote hoeveelheden wortelkanaaltjes langs waar diertjes en water de bodem in kunnen. Dit effect kan men nooit bereiken met mechanische bodembewerkingen.

Beheer van begroeiing

We doen er alles aan om de begroeiing niet te laten vergrassen. Grassen hebben de neiging om een mat te vormen die slechts 7 cm diep wortelt. Dat is dus niet interessant want we willen een diepere werken en een grote wortelconcurrentie voor de druiven, zodat deze dieper op zoek gaan naar water en voeding.

Indien men grassen begint te maaien, komen er steeds meer grassen, door het stimuleren van het uitstoelen en de groei in het algemeen. Bij het maaien snijdt men ook steeds de bloemen af die voor bijen misschien wel broodnodig zijn op dat ogenblik. Daarom opteren wij voor een systeem dat de groeitoppen van de planten intact laat, zodat grassen niet gaan domineren. De hele vegetatie wordt gerold, zodat de plant niet het signaal krijgt dat ze is afgesneden en de bloemen nektar blijven geven. De vegetatie groeit op die manier minder snel, en dus moeten we minder door de wijngaard rijden.

Ploegen in de rij

In het algemeen gaan we nooit ploegen, omdat dit de bodem omdraait en aerobe organismen in een anaeroob milieu brengt en vice-versa. Dat veroorzaakt dus alleen maar miserie, om nog maar te zwijgen van de ploegzool. Wij gaan wel terug naar het klassieke systeem van aanaarden en afaarden. Daarbij gaan we met een kleine ploeg die maar 15 cm diep gaat, na de oogst, een rij grond tegen de stammen aan ploegen. Dit beschermt de enten tegen sterke en langdurige vorst en het snijdt oppervlakkige wortels van de druiven af, om ze wat dieper te doen wortelen.